Een veer. Een eenvoudige veer, gedragen door een mens uit een ver land. Voor de zestiende-eeuwse Europeaan was het een curiositeit, een exotisch souvenir uit de Nieuwe Wereld. Maar voor Michel de Montaigne werd diezelfde veer een spiegel, een symbool dat de vraag opwierp: wie is hier eigenlijk de barbaar? In zijn essay ‘Over kannibalen’ draait Montaigne de blik om en confronteert de lezer met de schaduwzijde van de eigen beschaving. Dit essay blijft na meer dan vier eeuwen een uitnodiging tot zelfreflectie, een thema dat ook in de vrijmetselarij centraal staat.
De aanleiding: ontmoetingen met de Nieuwe Wereld
Montaigne schreef dit essay rond 1580, in een tijd waarin verhalen over de nieuw ontdekte continenten Europa bereikten. Hij baseerde zich op verslagen van ontdekkingsreizigers, maar ook op persoonlijke gesprekken. Hij ontmoette namelijk zelf drie inheemse Brazilianen die naar het Franse hof waren gebracht. Via een tolk stelde hij hen vragen over hun leefwijze, hun gebruiken en hun indrukken van Europa. Het zijn deze directe ontmoetingen die het essay een bijzondere authenticiteit geven.
De titel klinkt provocerend, maar Montaigne kiest bewust voor het woord ‘kannibalen’. Hij wil de lezer dwingen voorbij de eerste schrikreactie te kijken. Wat betekent het werkelijk om iemand een barbaar te noemen? En vanuit welk standpunt doen wij dat?
De kerngedachte: de omgekeerde spiegel
Het centrale thema van het essay is cultureel relativisme avant la lettre. Montaigne betoogt dat wij geneigd zijn alles wat afwijkt van onze eigen gewoonten als barbaars te bestempelen. Maar hij vraagt: is dat niet precies wat een vooroordeel is? De Tupinambá-indianen in Brazilië aten inderdaad hun vijanden na de strijd, maar dit ritueel had een specifieke betekenis binnen hun cultuur, een vorm van wraak en eerbetuiging tegelijk.
Wij noemen barbaars wat niet past bij onze eigen gewoonten, terwijl we blind blijven voor de wreedheid in onze eigen beschaving.
Montaigne vergelijkt vervolgens deze praktijken met de gruwelen die Europeanen elkaar aandeden tijdens de godsdienstoorlogen. Mensen werden levend verbrand, gemarteld en aan stukken gescheurd, niet na de dood, maar terwijl ze nog leefden. Welke beschaving is dan werkelijk barbaars? De vraag hangt als een spiegel in de lucht.
Belangrijke voorbeelden en observaties
Montaigne beschrijft de samenleving van de Tupinambá met opvallende bewondering. Hij noemt hun leven ‘natuurlijk’ en prijst hun afwezigheid van de kwalen die Europa teisterden: geen corruptie, geen leugens over eigendom, geen hebzucht. Hun dorpen kenden geen armoede omdat bezit gedeeld werd. Hun oorlogen werden niet gevoerd om land te veroveren, maar om moed te tonen.
- De krijgsgevangene werd maandenlang gastvrij behandeld voordat het ritueel plaatsvond.
- De gevangene toonde geen angst, maar trots, wat Montaigne vergelijkt met Stoïsche deugd.
- De drie Brazilianen in Frankrijk verbaasden zich over de extreme ongelijkheid tussen arm en rijk.
Deze observaties zijn geen romantisering. Montaigne erkent de rauwheid van hun gebruiken, maar weigert ze simpelweg als minderwaardig af te doen. Hij zoekt naar de logica binnen hun wereldbeeld, een benadering die destijds uitzonderlijk was.
De symbolische laag: de veer en de spiegel
Wanneer we dit essay lezen met een symbolische bril, openbaart zich een diepere laag. De veer die de Braziliaan draagt, wordt meer dan een versiering. Het wordt een symbool voor lichtheid, voor een bestaan dat niet bezwaard is door de ballast van bezit en bedrog. Tegelijk is er de spiegel, het terugkerende beeld in Montaignes filosofie. In de vrijmetselarij speelt de spiegel eveneens een centrale rol: de leerling wordt uitgenodigd zichzelf te onderzoeken voordat hij anderen beoordeelt.
Het essay functioneert als een symbolische initiatie. De lezer begint met een oordeel, met zekerheden over beschaving en barbarij. Gaandeweg worden die zekerheden ondermijnd. Aan het einde blijft niet het oordeel over de ander, maar de vraag over het zelf. Dit proces van ont-leren is precies wat ook de vrijmetselaar doormaakt: het afleggen van vooroordelen om tot dieper inzicht te komen.
De actualiteit van relativeren
Montaignes essay is geen pleidooi voor moreel relativisme in de zin dat alles maar moet kunnen. Het is een oproep tot intellectuele bescheidenheid. Voordat we oordelen, moeten we begrijpen. Voordat we veroordelen, moeten we onszelf onderzoeken. Deze houding resoneert sterk met de vrijmetselaarsgedachte dat elke mens onvolmaakt is en dat wijsheid begint bij het erkennen van eigen tekortkomingen.
In een tijd van snelle oordelen en verharde standpunten biedt dit essay een tegengif. Het herinnert ons eraan dat elke cultuur, elke gemeenschap, haar eigen logica kent. Dat betekent niet dat we alles hoeven goed te keuren, maar wel dat we de moeite nemen om te begrijpen voordat we spreken.
Michel de Montaigne schreef met ‘Over kannibalen’ een essay dat zijn tijd ver vooruit was. Door de spiegel om te draaien laat hij zien dat barbarij niet geografisch bepaald is, maar schuilt in de blindheid voor eigen wreedheid. De veer van de Braziliaan wordt zo een symbool voor lichtheid en zuiverheid, een herinnering aan een bestaan zonder de lasten die wij onszelf opleggen. Voor wie bereid is in die spiegel te kijken, opent zich een weg naar dieper zelfonderzoek, een reis die ook in de vrijmetselarij als het hoogste streven geldt.
Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E
Geef als eerste een reactie