Vrijmetselarij - Montaigne en de filosofie van de wisselvallige mens
algemeen

Montaigne en de filosofie van de wisselvallige mens

Een steen die wordt bewerkt, draagt de sporen van vele hamerslagen. Sommige maken hem gladder, andere laten scheurtjes achter. Zo bezag de zestiende-eeuwse denker Michel de Montaigne de menselijke ziel: als een werkstuk dat nooit helemaal af raakt, doorlopend gevormd door tegenstrijdige krachten. Zijn essay over de wisselvalligheid van onze handelingen putte uit een rijke filosofische traditie die terugreikt tot de Oudheid. Welke denkers fluisterden hem in wat het betekent om mens te zijn in al zijn inconsequentie? De ruwe steen als vertrekpunt In de vrijmetselarij kent men het symbool van de ruwe steen: het onbewerkte materiaal dat de leerling voorstelt aan het begin van zijn pad. Deze steen is niet gebreken, maar onaf. Hij wacht op bewerking, op vormgeving door reflectie en ervaring. Montaigne zou dit beeld onmiddellijk hebben herkend. Zijn essay over wisselvalligheid begint immers met de observatie dat wij mensen geen vaste kern bezitten, maar bestaan uit lagen, scheuren en verrassende wendingen. De filosoof bezag zichzelf als onderzoeksobject en ontdekte daarin een fundamentele veranderlijkheid die hem niet verontrustte, maar fascineerde. Deze kijk op de mens als werk-in-uitvoering had diepe wortels in het denken van de Renaissance. Montaigne schreef in een tijd waarin de herontdekking van antieke teksten […]