Voltaire’s Candide en vrijmetselarij: verbinding zoeken in chaos
Je kent het gevoel waarschijnlijk wel. Je hoort iemand zeggen dat alles uiteindelijk goed komt, dat het leven betekenis heeft, dat we leven in de beste der mogelijke werelden. En ergens wringt het. Want je ziet ook het leed, de willekeur, de tegenslag die mensen treft zonder reden. Precies deze spanning vormt het hart van Voltaires meesterwerk Candide. En juist in die spanning ligt een verrassende verbinding met vrijmetselaarswaarden verborgen. De illusie van de beste wereld Voltaire schreef Candide in 1759 als satirische aanval op het filosofisch optimisme van Gottfried Wilhelm Leibniz. De held Candide groeit op met de leer van zijn leermeester Pangloss, die beweert dat we leven in de beste van alle mogelijke werelden. Elk ongeluk, elke ramp heeft een doel. Alles is uiteindelijk goed. Maar Voltaire laat Candide vervolgens door een aaneenschakeling van rampen gaan. Aardbevingen, oorlog, slavernij, bedrog. De naïeve held verliest langzaam zijn geloof in de leer van Pangloss. Niet door filosofische argumenten, maar door concrete ervaring. Door te zien wat mensen elkaar aandoen. Wat je hiervan kunt leren als zoeker De eerste les uit Candide is confronterend eenvoudig: geloof niet blindelings in systemen. Dat geldt voor religieuze dogma’s, politieke ideologieën, maar ook voor je […]