Montaigne en La Boétie: filosofie van vriendschap en poëzie

Vrijmetselarij - Montaigne en La Boétie: filosofie van vriendschap en poëzie

Kan een verzameling liefdesgedichten ons iets leren over de diepste vormen van menselijke verbondenheid? In het zevenentwintigste essay van zijn eerste boek presenteert Michel de Montaigne negenentwintig sonnetten van zijn overleden vriend Estienne de La Boétie. Dit ogenschijnlijk simpele gebaar, het publiceren van andermans poëzie, opent een filosofisch venster op vragen die al sinds de oudheid denkers bezighouden: wat is de aard van ware vriendschap, en hoe verhoudt de ziel zich tot schoonheid en verlangen?

Een paradox als uitgangspunt

Hier stuiten we op een merkwaardige paradox. Montaigne, de man die zichzelf tot onderwerp van al zijn essays maakte, wijdt een volledig hoofdstuk aan het werk van een ander. Hij treedt terug, wordt uitdrukkelijk zwijgzaam over zichzelf, en laat de sonnetten van La Boétie spreken. Maar dit terugtreden is tegelijkertijd de meest intieme onthulling die Montaigne ons kan geven. Door te tonen wat hij liefhad in het werk van zijn vriend, toont hij wie hijzelf is geworden door die vriendschap.

De filosofische traditie die Montaigne hier volgt, is die van het Renaissance-humanisme met zijn diepe wortels in de klassieke oudheid. Cicero’s werk over vriendschap, Aristoteles’ behandeling van philia in de Ethica Nicomachea, en Plutarchus’ morele essays vormden het intellectuele fundament waarop Montaigne zijn eigen denken bouwde. Maar waar deze klassieke denkers vriendschap analyseerden en categoriseerden, kiest Montaigne een andere weg: hij toont vriendschap door haar vruchten te presenteren.

De Stoïsche en Platoonse erfenis

La Boétie’s sonnetten zijn doordrenkt van neoplatoonse motieven. De geliefde wordt bezongen als toegangspoort tot hogere schoonheid, het verlangen als ladder naar volmaaktheid. Dit platoonse schema, waarin de aardse liefde de ziel voorbereidt op de aanschouwing van het ware Schone, was in de Renaissance alomtegenwoordig. Denkers als Marsilio Ficino hadden Plato’s dialogen, met name het Symposium en de Phaedrus, opnieuw toegankelijk gemaakt en verbonden met christelijke mystiek.

Montaigne onderschrijft dit platoonse kader niet zonder meer. Zijn eigen denken neigt sterker naar het Stoïcisme van Seneca en de scepsis van Sextus Empiricus. Maar door La Boétie’s neoplatoonse poëzie te publiceren en te eren, erkent hij de waarde van een denktraditie die verschilt van de zijne. Hier zien we Montaignes karakteristieke openheid: hij hoeft het niet eens te zijn met La Boétie’s filosofische uitgangspunten om de waarheid van diens gevoelens te erkennen.

Ware vriendschap overstijgt intellectuele overeenstemming; zij vindt haar grond in de herkenning van een gelijkgestemde ziel, ongeacht de filosofische taal waarin die ziel zich uitdrukt.

Het humanistische ideaal van geestelijke broederschap

Het Renaissance-humanisme dat Montaigne en La Boétie deelden, was geen abstract systeem maar een levende praktijk. Centrale figuren als Desiderius Erasmus en Thomas More hadden een cultuur van geleerde vriendschap gecreëerd, waarin brieven, teksten en ideeën werden uitgewisseld als geschenken van de geest. In deze traditie was de publicatie van een vriends werk een daad van piëteit, maar ook een filosofische stellingname: kennis en schoonheid zijn geen privébezit, zij worden pas volledig door gedeeld te worden.

Montaigne plaatst zich expliciet in deze traditie. De sonnetten van La Boétie zijn voor hem geen literaire curiositeit, maar een testament. Door ze op te nemen in zijn Essays, die hij beschouwde als zijn eigen intellectuele testament, verweeft hij La Boétie’s stem definitief met de zijne. Twee zielen, zo suggereerde Montaigne elders over hun vriendschap, die zo volledig samenvloeiden dat de naad onzichtbaar werd.

Poëzie als filosofisch instrument

Waarom sonnetten, en niet een verhandeling of dialoog? De keuze is veelbetekenend. In de Renaissance werd poëzie niet gezien als een mindere vorm van wijsheid, maar als een verhevener uitdrukkingsvorm. Aristoteles had in zijn Poetica betoogd dat poëzie filosofischer is dan geschiedschrijving, omdat zij het universele toont in het bijzondere. La Boétie’s sonnetten over verlangen en schoonheid zijn geen privéconfessies, maar doorwrochte reflecties op de menselijke conditie, verpakt in de discipline van het sonnetvorm.

Voor Montaigne, die elders de beperkingen van systematisch denken benadrukt, is deze poëtische vorm wellicht geschikter dan filosofische analyse. De sonnetten dwingen niet, zij nodigen uit. Zij presenteren geen stellingen om te bewijzen, maar ervaringen om te delen. In die zin anticiperen zij op Montaignes eigen essayistische methode, waarin het zoeken belangrijker is dan het vinden.

De contemporaine resonantie

Het is niet vergezocht om in Montaignes gebaar een echo te zien van broederschappen die kennis en ritueel delen als middel tot verdieping. De vrijmetselarij, ontstaan ruim een eeuw na Montaignes dood, erfde veel van het humanistische ideaal van geestelijke verwantschap over standsgrenzen heen. De nadruk op broederlijke liefde, op het delen van wijsheid binnen een vertrouwde kring, op de symbolische taal die diepere waarheden communiceert dan letterlijke woorden, dit alles resoneert met wat Montaigne en La Boétie belichaamden.

  • De vriendschap als inwijding in diepere kennis
  • De tekst als drager van symbolische betekenis
  • Het delen van schoonheid als ethische daad
  • De erkenning van gelijkgestemde zielen over uiterlijke verschillen heen

Een openstaande vraag

Wat Montaigne ons uiteindelijk voorlegt is geen antwoord maar een uitnodiging tot reflectie. Kunnen wij, in een tijd van vluchtige connecties en oppervlakkige netwerken, nog toegang vinden tot de transformerende kracht van diepe vriendschap? En als de sonnetten van een zestiende-eeuwse humanist ons nog steeds kunnen raken, wat zegt dat dan over de tijdloosheid van bepaalde menselijke ervaringen?

Montaignes beslissing om de sonnetten van La Boétie te publiceren was geen literaire formaliteit, maar een filosofische daad. Hij toonde daarmee dat wijsheid niet alleen wordt gevonden in systemen en argumenten, maar ook in de bereidheid om geraakt te worden door schoonheid, en om die geraaktheid te delen met anderen. De vraag die blijft hangen is misschien wel de meest persoonlijke die filosofie kan stellen: wie zijn de mensen door wie wij werkelijk gevormd zijn, en hoe eren wij hun nalatenschap in ons eigen leven?


Ontvang de nieuwsbrief

In 18 informatieve e-mails krijg je wekelijks informatie over de Vrijmetselarij.

Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E

Veelgestelde vragen

Wat is de hoofdstelling van Montaigne's essay over La Boétie?

Montaigne presenteert negenentwintig sonnetten van zijn overleden vriend Estienne de La Boétie en onderzoekt hiermee de aard van ware vriendschap en hoe de ziel zich verhoudt tot schoonheid en verlangen. Door andermans poëzie te publiceren, toont Montaigne wie hij zelf is geworden door die vriendschap.

Welke filosofische tradities beïnvloedden Montaigne's denken over vriendschap?

Montaigne volgt de Renaissance-humanistische traditie met wortels in de klassieke oudheid, waaronder Cicero's werk over vriendschap, Aristoteles' philia-concept in de Ethica Nicomachea, en Plutarchus' morele essays. Hij combineert dit met invloeden van Stoïcisme en scepsis, terwijl hij ook La Boétie's neoplatoonse motieven erkent.

Hoe verhoudt Montaigne zich tot het neoplatonisme in La Boétie's sonnetten?

Hoewel Montaignes eigen denken sterker naar het Stoïcisme neigt, erkent hij de waarde van La Boétie's neoplatoonse denktraditie door zijn poëzie te eren en publiceren. Dit illustreert Montaignes karakteristieke openheid: hij hoeft het niet eens te zijn met La Boétie's filosofische uitgangspunten om de waarheid en schoonheid ervan te erkennen.

Lees ook: Montaigne en La Boétie: vriendschap als vrijmetselaarsideaal (Vrijmetselarij & Verbinding)

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*