Jonge mensen en risico: wat broederschap ons leert over zorg

Vrijmetselarij - Jonge mensen en risico: wat broederschap ons leert over zorg

Wanneer het nieuws ons confronteert met een jongen die levensgevaarlijk gewond raakt na een val van een rijdende trein, stellen we onszelf onvermijdelijk vragen. Hoe kon dit gebeuren? Waar waren de volwassenen? En misschien wel de meest verontrustende vraag: dragen wij als samenleving collectieve verantwoordelijkheid voor onze jongeren? Deze vragen raken aan iets fundamenteels in de vrijmetselarij, namelijk het begrip broederschap en de morele plicht die daaruit voortvloeit.

Wat bedoelen we eigenlijk met broederschap?

Laten we beginnen bij het begin. Broederschap klinkt als een ouderwets woord, misschien zelfs stoffig. Maar wat betekent het werkelijk? In de vrijmetselarij is broederschap geen abstract ideaal of een mooie frase voor op een spandoek. Het is een levende praktijk, een dagelijkse oefening in het erkennen van onze onderlinge verbondenheid. Johann Wolfgang von Goethe, zelf vrijmetselaar, schreef over de noodzaak om in elke medemens een broeder te zien, niet omdat we dezelfde ouders delen, maar omdat we dezelfde menselijke kwetsbaarheid delen.

Wanneer een jongen dus in Uitgeest van een rijdende trein valt en levensgevaarlijk gewond raakt, raakt dat niet alleen zijn directe familie. Het raakt ons allemaal, of zou dat moeten doen. De vraag die vrijmetselaars zichzelf stellen is niet: wie is verantwoordelijk? De vraag is: wat had ik kunnen doen?

Is risicovol gedrag een teken van onze tijd?

Een hedendaagse socioloog zou wellicht wijzen op de invloed van sociale media, op de drang naar spectaculaire beelden, op groepsdruk onder jongeren. En ja, deze factoren spelen ongetwijfeld een rol. Maar is dit fenomeen werkelijk nieuw? Aristoteles schreef al over de onbezonnenheid van de jeugd, over hun neiging tot overmoed en hun gebrek aan ervaring met de gevolgen van hun daden. De Griekse filosoof zag dit niet als een moreel falen, maar als een natuurlijke fase in de menselijke ontwikkeling.

Wat wel veranderd is, is de context waarin jongeren opgroeien. De wereld is tegelijkertijd groter en kleiner geworden. Groter in de mogelijkheden, kleiner in de directe gemeenschappen die vroeger als vangnet dienden. En hier komt broederschap weer om de hoek kijken. Want wie vangt de jongen op die dreigt te vallen, letterlijk of figuurlijk, als de gemeenschap zelf gefragmenteerd is?

Wat kunnen we leren van de logetraditie?

In de vrijmetselaarsloge bestaat een eeuwenoude praktijk die relevant is voor dit gesprek. Wanneer een nieuw lid wordt ingewijd, krijgt hij niet alleen kennis overgedragen. Hij wordt opgenomen in een kring van broeders die zich verplichten om naar hem om te zien. Dit is geen eenzijdige relatie. De nieuweling leert, maar de ervaren broeders leren ook. Ze worden herinnerd aan hun eigen begintijd, aan hun eigen fouten, aan de momenten waarop zij zelf steun nodig hadden.

Ware broederschap betekent niet dat we fouten voorkomen, maar dat we er zijn wanneer de gevolgen van die fouten zich openbaren.

James Anderson, de samensteller van de eerste Constituties van de vrijmetselarij in 1723, benadrukte dat broeders elkaar moeten bijstaan in tijden van nood. Dit principe strekt zich verder uit dan de muren van de loge. Het is een oproep tot maatschappelijke betrokkenheid, tot het creëren van gemeenschappen waar niemand onopgemerkt door de mazen van het net glipt.

Hoe vertalen we dit naar de praktijk?

Dit is wellicht de moeilijkste vraag. Het is eenvoudig om te filosoferen over broederschap, maar wat betekent het concreet? Een recent onderzoeker op het gebied van jeugdgedrag zou wijzen op het belang van mentorschap, van volwassenen die tijd investeren in jongeren zonder daar direct iets voor terug te verwachten. Dit is precies wat de vrijmetselarij al eeuwenlang praktiseert, zij het binnen haar eigen structuren.

De uitdaging ligt in het uitbreiden van deze praktijk naar de bredere samenleving. Hoe creëren we ruimtes waar jongeren zich gezien voelen, waar ze kunnen experimenteren zonder dodelijk risico, waar volwassenen beschikbaar zijn zonder betuttelend te worden? Dit zijn geen eenvoudige vragen, en er zijn geen eenvoudige antwoorden.

Wat zegt dit incident over onszelf?

Misschien is de belangrijkste les van dit tragische voorval niet wat het zegt over de jongen of over jongeren in het algemeen. Misschien is de belangrijkste les wat het zegt over ons, de volwassenen, de samenleving. Hebben wij structuren gecreëerd waarin broederlijke zorg mogelijk is? Of hebben wij ons teruggetrokken in onze eigen werelden, onze eigen zorgen, onze eigen beslommeringen?

Marcus Aurelius, de Romeinse keizer en stoïcijnse filosoof, schreef in zijn Overpeinzingen dat wij allen deel uitmaken van één lichaam. Wanneer één lid lijdt, lijdt het geheel. Dit inzicht is niet exclusief voor de vrijmetselarij, maar het wordt er wel actief beoefend. Het ritueel herinnert de broeder er steeds aan dat hij niet alleen staat, maar ook dat hij verantwoordelijkheid draagt voor anderen.

Waar begint verandering?

Verandering begint, zoals vrijmetselaars al eeuwen benadrukken, bij het zelf. Niet in de zin van zelfverbetering als narcistische onderneming, maar in de zin van het cultiveren van aandacht voor de ander. Het begint met de vraag: ken ik de jongeren in mijn omgeving? Weet ik wat hen bezighoudt, wat hen drijft, wat hen bang maakt? En ben ik beschikbaar wanneer zij mij nodig hebben?

Dit zijn geen vragen die alleen vrijmetselaars zichzelf moeten stellen. Het zijn vragen voor iedereen die deel uitmaakt van een gemeenschap, van een familie, van een samenleving. Het incident bij Uitgeest is een tragische herinnering aan onze kwetsbaarheid en aan de kwetsbaarheid van de jongeren om ons heen. Laat het ook een oproep zijn tot hernieuwde broederschap, tot het weer opbouwen van gemeenschappen waar niemand alleen valt.

De jongen die gewond raakte bij Uitgeest is geen statistiek en geen nieuwsitem dat morgen alweer vergeten is. Hij is een herinnering aan wat er op het spel staat wanneer broederschap een leeg woord wordt. De vrijmetselarij biedt geen pasklare oplossingen, maar wel een praktijk van onderlinge zorg die verder reikt dan woorden alleen. Misschien is de belangrijkste vraag die wij onszelf vandaag kunnen stellen niet wat er misging, maar hoe wij morgen beter kunnen zijn voor de jongeren in ons midden.


Ontvang de nieuwsbrief

In 18 informatieve e-mails krijg je wekelijks informatie over de Vrijmetselarij.

Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E

Veelgestelde vragen

Wat betekent broederschap in de vrijmetselarij?

In de vrijmetselarij is broederschap geen abstract ideaal, maar een levende praktijk waarin we onze onderlinge verbondenheid erkennen. Het betekent dat we in elke medemens een broeder zien, niet omdat we dezelfde ouders delen, maar omdat we dezelfde menselijke kwetsbaarheid delen. Dit leidt tot de morele vraag: wat had ik kunnen doen? in plaats van wie is verantwoordelijk?

Is risicovol gedrag bij jongeren een nieuw fenomeen?

Nee, al sinds de tijd van Aristoteles is het gedrag van jongeren gekenmerkt door onbezonnenheid en overmoed. Dit wordt echter niet gezien als moraal falen, maar als een natuurlijke fase in de menselijke ontwikkeling. Wat wel veranderd is, is de context: terwijl de wereld groter is geworden in mogelijkheden, zijn directe gemeenschappen kleiner en gefragmenteerd geworden, waardoor het vangnet voor jongeren ontbreekt.

Wat is onze collectieve verantwoordelijkheid voor jongeren?

Volgens de vrijmetselaarij hebben we als samenleving een collectieve verantwoordelijkheid voor onze jongeren. Wanneer een jongen in gevaar raakt, raakt dat niet alleen zijn familie – het raakt ons allemaal. Dit roept op tot actieve zorg en betrokkenheid in plaats van passiviteit, en onderstreept het belang van sterke gemeenschappen als vangnet voor kwetsbare jongeren.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*