Voltaire en de Quakers: verbondenheid zonder dogma
In 1726 vluchtte François-Marie Arouet, beter bekend als Voltaire, naar Engeland. Wat hij daar aantrof zou zijn denken voorgoed veranderen. Niet de anglicaanse kathedralen of de koninklijke hoven maakten de diepste indruk, maar een kleine gemeenschap van eenvoudig geklede gelovigen die elkaar met ‘jij’ aanspraken en weigerden hun hoed af te nemen voor wie dan ook. De Quakers, of Genootschap der Vrienden, toonden Voltaire een radicaal andere manier van samenzijn. Zijn observaties hierover, vastgelegd in de eerste van zijn Filosofische brieven, bevatten verrassend actuele inzichten over wat echte verbondenheid betekent. Een ontmoeting die alles veranderde Voltaire beschrijft in zijn brieven hoe hij in Londen een Quaker bezocht en verbijsterd raakte over diens gedrag. De man bleef zitten toen Voltaire binnenkwam, hield zijn hoed op en sprak zonder enige onderdanigheid. Waar de Franse filosoof beleefdheid en hiërarchie gewend was, trof hij gelijkwaardigheid aan. De Quaker legde uit dat hun gemeenschap geen priesters kende, geen rituelen uitvoerde en geen gezaghebbende interpretatie van heilige teksten accepteerde. Ieder mens, zo geloofden zij, droeg een innerlijk licht dat rechtstreeks toegang gaf tot waarheid. Deze ervaring raakte Voltaire diep. Niet omdat hij hun geloofsovertuigingen deelde, maar omdat hij erkende dat hier mensen samenleefden op basis van […]