Seneca Brief XC: over de oervader der beschaving
In het jaar 65 na Christus schreef Lucius Annaeus Seneca een van zijn meest ambitieuze brieven aan zijn leerling Lucilius. In Brief XC ontvouwt zich een groot betoog over de oorsprong van de menselijke beschaving, de rol van de filosoof in de vroegste samenlevingen en de vraag of technische vooruitgang werkelijk gelijkstaat aan morele vooruitgang. Het is een tekst die bijna tweeduizend jaar na dato nog steeds brandend actueel is, juist omdat ze ons dwingt om stil te staan bij wat wij onder ‘vooruitgang’ verstaan. De gouden eeuw als vertrekpunt Seneca opent Brief XC met een verwijzing naar de gedachte van een gouden tijdperk, een denkbeeld dat al leefde bij dichters als Hesiodus en Vergilius. In die oertijd, zo luidt de voorstelling, leefden mensen in harmonie met de natuur. Er was geen hebzucht, geen private eigendom, geen oorlog. De aarde bood vrijwillig haar vruchten aan en de mens had genoeg aan wat voorhanden was. Seneca grijpt dit beeld aan, maar niet om er klakkeloos in mee te gaan. Hij stelt juist de vraag: waren die eerste mensen werkelijk deugdzaam, of waren ze simpelweg onwetend over het kwaad? Dit onderscheid is cruciaal voor het hele betoog. Seneca maakt glashelder dat onschuld […]