Voltaire over God: kerngedachten uit het Filosofisch Woordenboek
Wanneer de achttiende-eeuwse denker François-Marie Arouet, beter bekend als Voltaire, zijn pen ter hand nam om over God te schrijven, deed hij dat met de scherpte van een chirurg en de verwondering van een kind. Zijn lemma ‘Over God’ in het Filosofisch Woordenboek uit 1764 blijft een van de meest invloedrijke teksten over de verhouding tussen rede en geloof. Voor vrijmetselaars, die de Opperbouwmeester des Heelals centraal stellen zonder een specifieke godsdienst voor te schrijven, biedt Voltaires benadering verrassende herkenningspunten. De kerngedachte: God als horlogemaker Voltaire opent zijn beschouwing met een vraag die de eeuwen heeft doorstaan: kunnen wij met zekerheid iets over God weten? Zijn antwoord is genuanceerd. Hij verwerpt de persoonlijke, straffende God van de orthodoxe kerk, maar omarmt tegelijk het idee van een scheppende intelligentie. De natuur zelf, zo betoogt hij, getuigt van een ordenend principe. Een horloge veronderstelt een horlogemaker, en het universum met zijn wetten en harmonie veronderstelt evenzeer een ontwerper. Dit standpunt, bekend als deïsme, vormde in Voltaires tijd een radicaal alternatief. Waar de kerk een God verkondigde die actief ingreep in de wereld, zag Voltaire een architect die na de schepping terugweek. De wereld draait op eigen wetten, als een perfect mechanisme. Gods […]