Waarom de Verlichten werden verboden en schijnbaar verdwenen
Een kaars die wordt uitgeblazen, houdt op met branden. Maar het was blijft achter, de pit blijft intact, en de herinnering aan het licht nestelt zich in het netvlies van wie ernaar keek. Zo verging het het genootschap der Verlichten, dat in 1785 officieel werd verboden in Beieren. De vlam doofde, maar de geur van het idee bleef hangen, eeuwenlang, tot in onze eigen tijd. Wat dreef dit genootschap? Waarom werd het verboden? En waarom wordt het zo hardnekkig verward met de vrijmetselarij? De aangestoken vlam: een genootschap in de geest van de Verlichting Op 1 mei 1776 stichtte Adam Weishaupt, hoogleraar kerkelijk recht aan de universiteit van Ingolstadt, een besloten genootschap dat hij de Orde der Verlichten noemde. Weishaupt was diep beïnvloed door het gedachtegoed van de Verlichting. Denkers als Voltaire, Jean-Jacques Rousseau en Baruch Spinoza hadden de intellectuele grond bereid voor een nieuwe kijk op religie, staatsmacht en individuele vrijheid. Weishaupt wilde die filosofische idealen omzetten in een concrete organisatievorm: een broederschap die via geheimhouding en hiërarchische graden haar leden zou vormen tot verlichte burgers, in staat om maatschappelijke structuren van binnenuit te hervormen. Het genootschap groeide snel, vooral onder academici, ambtenaren en leden van de lagere adel. […]