Engelen en Demonen: antimaterie bij CERN, feit of fictie?
In 2000 verscheen de thriller Engelen en Demonen van Dan Brown, waarin een gestolen container antimaterie van het Europees onderzoekscentrum CERN Vaticaanstad dreigt te vernietigen. De spanning tussen wetenschap en geloof vormt de kern van het verhaal. Maar hoeveel van deze spectaculaire premisse is gebaseerd op werkelijke wetenschap? Als vrijmetselaars koesteren wij de zoektocht naar waarheid als een van onze hoogste waarden. Laten we daarom de feiten scheiden van de fictie. Antimaterie: van theoretisch concept naar laboratoriumrealiteit De geschiedenis van antimaterie begint in 1928, toen de Britse natuurkundige Paul Dirac een vergelijking opstelde die het bestaan van antideeltjes voorspelde. Vier jaar later, in 1932, ontdekte Carl Anderson het positron, het antideeltje van het elektron, waarvoor hij de Nobelprijs ontving. Dit was geen sciencefiction meer, maar experimentele wetenschap. De roman Engelen en Demonen van Dan Brown speelt hierop in door antimaterie als een soort ultieme energiebron voor te stellen, zij het met aanzienlijke artistieke vrijheid. Bij CERN, het Europese centrum voor deeltjesonderzoek in Genève, wordt inderdaad antimaterie geproduceerd. De Antiproton Decelerator en de ALPHA-opstelling zijn werkende faciliteiten waar wetenschappers antiwaterstofatomen creëren en bestuderen. Tot zover klopt het verhaal van Dan Brown: CERN houdt zich daadwerkelijk bezig met antimaterie-onderzoek. De vraag is […]