Waarom zou een vrijmetselaar zich verdiepen in een oud liefdeslied uit de bijbel? Het Hooglied is immers geen morele wet, geen geschiedverhaal, geen profetie. Het is poëzie, vol van verlangen, schoonheid en mysterieuze beeldspraak. En toch: juist in die beeldspraak schuilen symbolen die raken aan het hart van de vrijmetselarij. Laten we samen in gesprek gaan over dit bijzondere boek.
Wat is het Hooglied eigenlijk?
Het Hooglied, soms ook het Lied der Liederen genoemd, is het tweeëntwintigste boek van het Oude Testament. Het bestaat uit lyrische dialogen tussen een bruidegom en een bruid, afgewisseld met koren en tussenpartijen. Op het eerste gezicht lijkt het een verzameling liefdesgedichten, vol van zintuiglijke beschrijvingen: de geur van mirre, de smaak van wijn, het zicht van bloeiende wijngaarden. Maar is dat alles?
Eeuwenlang hebben uitleggers diepere lagen gezocht achter deze poëtische taal. In de joodse traditie las men het als een allegorie voor de verhouding tussen de Eeuwige en het volk. In christelijke kringen werd de bruid gezien als de kerk, de ziel, of de mensheid die zoekt naar vereniging met het goddelijke. Steeds weer diezelfde vraag: wat betekent dit verlangen werkelijk?
Maar wat heeft dit met vrijmetselarij te maken?
Een terechte vraag. De vrijmetselarij is immers geen religie en hecht zich niet aan één heilige tekst. Toch werkt zij met symbolen, en het Hooglied is door en door symbolisch. De taal van dit boek spreekt in beelden: de tuin, de bron, de verzegelde fontein, de lelie tussen de doornen. Precies zulke symbolen komen we ook tegen in het maçonnieke denken, zij het in andere contexten.
Neem bijvoorbeeld de tuin. In het Hooglied is de geliefde een afgesloten hof, een verborgen ruimte waar schoonheid bloeit. In de vrijmetselarij kennen we de gedachte van de innerlijke tempel: een geestelijke ruimte die de ingewijde moet cultiveren, verzorgen en beschermen. Beide tradities spreken over iets dat groeit wanneer het liefdevol onderhouden wordt.
Is liefde dan ook een maçonniek thema?
Absoluut. Broederlijke liefde staat centraal in de vrijmetselarij. Het gaat dan niet om romantische liefde zoals in het Hooglied, maar om een diepere verbondenheid: de liefde voor de medemens, voor waarheid, voor het ideaal van verbetering. En toch is er een verwantschap. Want wat is verlangen anders dan de motor achter elke zoektocht?
“Ik zocht hem die mijn ziel liefheeft; ik zocht hem, maar ik vond hem niet.”
Deze regel uit het Hooglied beschrijft een universele ervaring. De zoeker die op weg gaat, nog niet wetend waar de weg eindigt. Is dat niet precies de positie van de kandidaat die voor het eerst de loge betreedt? Hij zoekt iets, maar kan het nog niet benoemen. Hij verlangt naar licht, naar betekenis, naar verbinding.
Welke symbolen vallen nog meer op?
Het Hooglied gebruikt een rijkdom aan natuurbeelden die resoneren met maçonnieke symboliek:
- De roos en de lelie: tekens van schoonheid en zuiverheid, symbolen die in diverse tradities terugkeren als tekens van innerlijke ontwikkeling.
- De cederboom en de cipres: bouwmaterialen voor de tempel, maar ook beelden van standvastigheid en groei.
- De bron van levend water: een symbool voor wijsheid die blijft stromen, voor kennis die nooit opdroogt.
- De nacht en de ochtend: de overgang van duisternis naar licht, een thema dat in de rituelen van de vrijmetselarij voortdurend terugkeert.
Deze beelden zijn niet exclusief, maar ze vormen een gedeelde taal. Wie het Hooglied leest met een symbolische blik, herkent patronen die ook in de loge worden gecultiveerd.
Kan poëzie dan ook leermeester zijn?
Zeker. Poëzie werkt anders dan proza. Zij dwingt ons om te vertragen, om te voelen, om meerdere lagen tegelijk te ervaren. De vrijmetselarij gebruikt ritueel en symbool met eenzelfde doel: niet om directe antwoorden te geven, maar om vragen te wekken. Het Hooglied doet precies dit. Het geeft geen morele les, geen gebod, geen verbod. Het zingt, en in dat zingen opent het ruimte voor contemplatie.
Misschien is dat de grootste les die het Hooglied te bieden heeft: dat waarheid niet altijd in stellingen ligt, maar soms in beelden, in ritme, in de stilte tussen woorden. De vrijmetselaar die zijn symbolen serieus neemt, kan in dit oude liefdeslied een onverwachte metgezel vinden.
Wat nemen we mee uit dit gesprek?
Het Hooglied nodigt uit tot een andere manier van lezen. Niet om informatie te vergaren, maar om te ondergaan. De bruid die zoekt naar haar geliefde is de ziel die zoekt naar vervulling. De tuin die bloeit is de innerlijke wereld die wacht op aandacht. De nacht die overgaat in ochtend is de reis van onwetendheid naar inzicht.
Voor de vrijmetselaar die open staat voor meerdere bronnen van wijsheid, is het Hooglied een schatkamer van symboliek. Het spreekt niet in de taal van de werktuigen, maar in de taal van de natuur, de liefde en het verlangen. En juist daarin ligt de kracht: het herinnert ons eraan dat de bouw aan onszelf niet alleen een ambacht is, maar ook een kunstwerk.
Het Hooglied is meer dan een liefdeslied. Het is een spiegel voor ieder die zoekt naar diepere betekenis. De symbolische taal van bloemen, tuinen en bronnen resoneert met de maçonnieke reis naar licht en zelfkennis. Wie dit oude boek leest met een open hart, ontdekt dat verlangen en wijsheid dichter bij elkaar liggen dan we vaak denken. In het gesprek tussen bruid en bruidegom weerklinkt de eeuwige vraag: waar vind ik dat waarnaar mijn ziel verlangt?
Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E
Geef als eerste een reactie