Vrijmetselarij - Plato's Charmides: de filosofische wortels van bezonnenheid
Plato – De Dialogen

Plato’s Charmides: de filosofische wortels van bezonnenheid

Wat als de belangrijkste deugd niet in daden schuilt, maar in het kennen van de grenzen van je eigen kennis? In Plato’s vroege dialoog Charmides onderzoekt Socrates het begrip sophrosyne, een term die wij doorgaans vertalen als bezonnenheid of matigheid, maar die in de Griekse context een veel rijkere betekenis draagt. Deze verkenning van zelfkennis als fundament van deugdzaamheid raakt aan de kern van wat vrijmetselaren nastreven in hun arbeid aan de ruwe steen. De Atheense context van sophrosyne Plato schreef de Charmides vermoedelijk rond 380 voor Christus, hoewel de dialoog zich afspeelt in 432 voor Christus, kort voor de rampzalige Peloponnesische Oorlog. Dit tijdsverschil is veelzeggend. Plato keek terug op een Athene dat nog vol zelfvertrouwen was, terwijl hij schreef vanuit een stad die de gevolgen van hybris, van overmoed en grenzeloosheid, aan den lijve had ondervonden. De vraag naar sophrosyne was daarmee niet louter academisch, maar existentieel. Sophrosyne behoorde tot de vier kardinale deugden die de Griekse filosofie zou systematiseren: naast wijsheid, rechtvaardigheid en moed. Maar waar die andere deugden relatief helder te definiëren leken, bleef sophrosyne ongrijpbaar. Was het matigheid in genot? Bescheidenheid? Zelfdiscipline? Of iets fundamentelers? Socrates en de methode van niet-weten De dialoog volgt Socrates’ […]

Vrijmetselarij - Plato's Charmides: de zoektocht naar ware bezonnenheid
Plato – De Dialogen

Plato’s Charmides: de zoektocht naar ware bezonnenheid

Een jonge man met een schoon gelaat betreedt de zaal. Hij wordt geroemd om zijn uiterlijke schoonheid, maar Socrates wil weten: bezit hij ook innerlijke schoonheid? Zo opent Plato’s dialoog Charmides, een van de vroegste onderzoeken naar de deugd van bezonnenheid. Het is een gesprek dat ogenschijnlijk nergens toe leidt, maar juist daarin schuilt de diepere les. Voor vrijmetselaars, die zelfkennis als fundament van hun arbeid beschouwen, biedt deze dialoog een spiegel die al meer dan tweeduizend jaar zijn helderheid bewaart. De setting: een ontmoeting in het gymnasium De dialoog speelt zich af in een gymnasium in Athene, waar Socrates zojuist is teruggekeerd van de slag bij Potidaea. Critias, een invloedrijke staatsman en neef van Plato, introduceert hem aan de jonge Charmides. Deze jongeman wordt algemeen bewonderd om zijn fysieke schoonheid, maar Socrates stelt meteen de vraag die de hele dialoog zal beheersen: is Charmides ook bezield met innerlijke deugd? Specifiek wil hij weten of de jongeman bezonnenheid bezit, in het Grieks sophrosyne genoemd. Dit begrip laat zich niet eenvoudig vertalen. Sophrosyne omvat matigheid, zelfbeheersing, bescheidenheid en een diep besef van de eigen grenzen. Het is de deugd die voorkomt dat iemand zich overmoedig gedraagt of boven zijn stand verheft. […]