Wanneer een zestiende-eeuwse edelman op zijn landgoed een essay schrijft over de wankele grond waarop menselijke oordelen rusten, put hij uit een eeuwenoude stroom van wijsgerig denken. Michel de Montaigne schreef zijn essay ‘Over de onzekerheid van ons oordeel’ niet in een vacuüm. Achter elke alinea schuilen de stemmen van Griekse sceptici, Romeinse stoïcijnen en Renaissance-humanisten. In dit artikel plaatsen we twee werelden naast elkaar: die van de antieke filosofen die Montaigne inspireerden, en die van de loge waar diezelfde twijfel aan het eigen oordeel tot op de dag van vandaag als deugd wordt beoefend.
De wereld van de antieken: twijfel als filosofische methode
Montaigne’s intellectuele wereld was doordrenkt van de klassieke oudheid. Zijn bibliotheek in het kasteel van Saint-Michel-de-Montaigne bevatte honderden werken van Griekse en Latijnse denkers, en op de balken van zijn studeerkamer liet hij hun uitspraken kerven. Het essay ‘Over de onzekerheid van ons oordeel’ weerspiegelt vooral twee grote tradities: het pyrrhonisch skepticisme en het Romeinse stoïcisme.
De Griekse filosoof Pyrrho van Elis, die rond 300 voor Christus leefde, stelde dat de mens nooit zeker kan weten hoe de dingen werkelijk zijn. Zijn volgelingen, de pyrrhonisten, bepleitten daarom een opschorting van het oordeel. Montaigne kwam met deze traditie in aanraking via het werk van Sextus Empiricus, wiens ‘Grondslagen van het pyrrhonisme’ in de zestiende eeuw opnieuw in omloop kwamen. De kerngedachte was even eenvoudig als ontwrichtend: voor elk argument valt een even sterk tegenargument aan te voeren. Wie dat eenmaal inziet, wordt bescheidener in zijn stelligheid.
Plutarchus en Seneca: de morele spiegel
Waar het pyrrhonisme Montaigne de twijfel schonk, gaven Plutarchus en Seneca hem het morele kader. Plutarchus, de Griekse biograaf en essayist uit de eerste eeuw na Christus, was een van Montaignes meest geliefde auteurs. In de ‘Moralia’ en de ‘Levens van beroemde Grieken en Romeinen’ vond hij een schat aan voorbeelden van veldheren en staatslieden wier oordeelsfouten tot rampspoed leidden. Montaigne gebruikte deze verhalen niet om te veroordelen, maar om te laten zien hoe onvoorspelbaar de uitkomst van menselijk handelen is. Een briljante krijgslist kan falen door een windvlaag; een ogenschijnlijk dwaze beslissing kan tot overwinning leiden.
Seneca, de Romeinse stoïcijn, vulde dit aan met een ethiek van innerlijke standvastigheid. In zijn ‘Brieven aan Lucilius’ benadrukte Seneca dat de wijze mens zich niet laat meeslepen door de illusie van zekerheid, maar leert leven met het ongewisse. Montaigne bewonderde deze houding, al nam hij haar niet onverkort over. Waar Seneca nog geloofde in de mogelijkheid van ware wijsheid, bleef Montaigne sceptischer: zelfs de stoïcijnse wijze kan zich vergissen. Dat maakt bescheidenheid niet tot een zwakte, maar tot de meest eerlijke houding die een mens kan innemen.
De wereld van de Renaissance: herontdekking en herziening
Montaigne leefde in een tijd van intellectuele omwenteling. Het Renaissance-humanisme had de antieke bronnen herontdekt en maakte ze beschikbaar in nieuwe vertalingen en drukken. Denkers als Desiderius Erasmus hadden laten zien dat kritische tekstanalyse en gezonde twijfel hand in hand konden gaan met geloof en moraliteit. Erasmus’ ‘Lof der zotheid’ was zelf een oefening in het ontmaskeren van menselijke ijdelheid en zelfoverschatting, thema’s die Montaigne in zijn eigen essays zou voortzetten.
Tegelijk woedden in Frankrijk de godsdienstoorlogen tussen katholieken en hugenoten. Montaigne zag hoe beide partijen rotsvast overtuigd waren van hun eigen gelijk, en hoe die overtuiging leidde tot gruwelijk geweld. Die ervaring versterkte zijn filosofische neiging tot twijfel. De onzekerheid van het oordeel was voor hem geen abstracte denkoefening, maar een bitter noodzakelijke les in een wereld die verscheurd werd door dogmatische stelligheid.
De onzekerheid van ons oordeel is geen intellectuele zwakte, maar een morele kracht: wie erkent dat hij kan dwalen, opent de deur naar werkelijke wijsheid en oprechte verdraagzaamheid.
Het perspectief vanuit de loge: twijfel als broederlijke deugd
In de vrijmetselarij klinkt een verwante gedachte. De broederschap vraagt van haar leden niet dat zij een bepaalde waarheid aannemen, maar dat zij bereid zijn zichzelf en hun overtuigingen voortdurend te onderzoeken. De rituele arbeid in de loge is in wezen een oefening in het opschorten van vooringenomenheid. De blinddoek bij de inwijding is meer dan een traditie: het is een ervaring van niet-weten, een uitnodiging om de wereld opnieuw te leren zien zonder de ballast van aangeleerde oordelen.
Waar Montaigne putte uit Pyrrho van Elis en Sextus Empiricus, putten vrijmetselaars uit een rituele traditie die teruggaat tot de achttiende-eeuwse ‘Constituties’ van James Anderson en het werk van Jean Théophile Desaguliers. Deze grondleggers benadrukten dat de loge een ruimte moest zijn waar mensen van uiteenlopende geloofsovertuigingen en achtergronden elkaar als gelijken konden ontmoeten. Dat kan alleen wanneer niemand zijn eigen oordeel als absoluut beschouwt. De Academische scepsis van Cicero, die ook Montaigne beïnvloedde, vond zo een praktische vertaling in de beginselen van de broederschap.
Wat beide werelden delen
De overeenkomst tussen Montaignes filosofische project en de vrijmetselarij is treffend. Beide vertrekken vanuit het besef dat de individuele mens beperkt is in zijn kennis en inzicht. Beide beschouwen die beperking niet als een reden voor wanhoop, maar als een uitnodiging tot groei. En beide benadrukken dat juist de erkenning van onwetendheid de voorwaarde is voor echte verdraagzaamheid.
Montaigne verwees in zijn essay naar concrete militaire voorbeelden om te illustreren dat de uitkomst van ons handelen nooit geheel te voorzien is. De stoïcijnen leerden hem dat deugd niet afhangt van resultaat maar van intentie. Plutarchus toonde hem dat zelfs de grootste geesten faalbaar zijn. En de pyrrhonisten gaven hem het gereedschap om die inzichten tot een samenhangende levenshouding te smeden.
Drie filosofische pijlers onder het essay
- Pyrrhonisch skepticisme: de opschorting van het oordeel als weg naar gemoedsrust, overgeleverd via Sextus Empiricus.
- Stoïcisme: de nadruk op innerlijke deugd boven uiterlijke uitkomst, gevoed door Seneca en Marcus Aurelius.
- Renaissance-humanisme: de herontdekking van antieke bronnen en de toepassing ervan op eigentijdse morele vragen, in het voetspoor van Erasmus.
In de loge vindt deze drievoudige erfenis een levende voortzetting. De rituelen nodigen uit tot zelfonderzoek, de broederlijke gesprekken oefenen verdraagzaamheid, en de voortdurende studie herinnert eraan dat wijsheid geen eindpunt is maar een reis. Montaignes essay is zo bezien niet alleen een historisch document, maar een blijvende uitnodiging: durf te twijfelen aan je eigen oordeel, en ontdek wat die twijfel je te bieden heeft.
De filosofische bronnen achter Montaignes essay over de onzekerheid van ons oordeel vormen een indrukwekkend weefsel van Griekse scepsis, Romeinse stoïcijnse ethiek en Renaissance-humanistische nieuwsgierigheid. Samen leren zij ons wat ook de vrijmetselarij al eeuwenlang beoefent: dat ware bescheidenheid niet het einde van het denken is, maar het begin. Wie het oordeel durft op te schorten, wie erkent dat elke zekerheid voorlopig is, vindt in die openheid de ruimte voor werkelijke ontmoeting, voor groei, en voor een wijsheid die zich niet laat vangen in stellige uitspraken maar leeft in de bereidheid steeds opnieuw te luisteren.
Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E
Lees ook: Montaigne, oordeel en broederschap: twee wegen naar verbinding (Vrijmetselarij & Verbinding)
Geef als eerste een reactie